Houtproductie
De overheid en het bosbedrijfsleven vinden dat er meer hout uit het bos
geoogst moet worden. Ook in Europees verband wordt er zo over gedacht. Men vindt
dat het gebruik van hout als milieuvriendelijk en hernieuwbaar materiaal
noodzakelijk is. Houtproductie krijgt hierdoor extra politiek gewicht.
Houtgebruik heeft als consequentie dat er bomen worden gekapt. De voors en
tegens van het kappen van bomen zijn onderwerp van een debat dat al enige
decennia duurt. Actief bosbeheer moet oog hebben voor de niet-houtproductie
functies van het bos. Maar houtproductie is in veel landen de enige financiële
pijler waarmee de andere bosfuncties gefinancierd worden. Vandaar de stelling:
“mooi en gevarieerd bos is mogelijk dankzij de oogst van hout”.
Houtvoorziening
Omdat Nederland steeds meer een stedelijke samenleving wordt, kan het
slechts voor 10% in zijn eigen houtbehoefte voorzien. De grote afhankelijkheid
van Nederland voor zijn houtvoorziening van het buitenland wordt geïllustreerd
met een ruimtebeslag van 5,4 miljoen ha in de gematigde streken en 1,1 miljoen
ha in de tropen. Dat is 2 x de oppervlakte van heel Nederland, dat ons land aan
bos elders heeft liggen om aan zijn houtbehoefte te kunnen voldoen. Het totale
gebruik van hout en houtproducten in Nederland stijgt nog steeds. Het zou bijna
“immoreel” zijn als wij er niets alles aan doen om zoveel mogelijk inlands hout
op de markt te brengen. Het Nederlandse bos kan daarmee een bescheiden bijdrage
leveren aan de vermindering van de oogstdruk op uiterst waardevolle bossen
elders in de wereld. Juist vanwege die grote importstromen voelt Nederland zich
mede verantwoordelijk voor een duurzame houtproductie in het buitenland.
Hoeveel hout is er beschikbaar?
In het Nederlandse bos staat een houtvoorraad van ruim 58 miljoen m3.
Gemiddeld per ha staat er nu 198 m3 hout. De totale bijgroei bedraagt 2,2
miljoen m3 per jaar en neemt nauwelijks meer toe (gemiddeld 8 m3 /ha/jaar). Van
deze bijgroei wordt momenteel 65% geoogst, een deel (10%) wordt aan het dode
hout toegevoegd, terwijl de rest (25%) naar de staande houtvoorraad gaat. Het
oogstpercentage ligt voor naaldhout (85%) aanzienlijk hoger dan voor loofhout
(41%). Een verhoging van de oogst van 65% naar 75% van de bijgroei zou een extra
oogstvolume opleveren van 223.000 m3 . Afhankelijk van wie de eigenaar is van het
bos, zijn er natuurlijk verschillen: het particuliere bos heeft een ander
samenstelling en een andere doelstelling dan bijvoorbeeld het bos van
Staatsbosbeheer. SBB heeft relatief jong bos. De houtvoorraad in hun bossen
neemt daarom veel sneller toe dan in de meeste bossen in particulier bezit.
Houtoogst
Houtoogststatistieken laten zien dat in de afgelopen 15 jaar de staande
houtvoorraad van een gemiddelde hectare Nederlands bos fors is toegenomen, van
156 m3 /ha tijdens de eerste HOSP-opname in 1984 tot 198 m3 nu (2002). De
gemiddelde houtvoorraad per ha is een maat voor de bosontwikkeling. De oogst
bestaat in toenemende mate uit dikkere bomen (dikker dan 30 cm), wat samenhangt
met het ouder worden van het Nederlandse bos. Omdat de houtoogst sterk
achterblijft bij de jaarlijkse bijgroei, is het goed mogelijk om de houtoogst te
verhogen. In de huidige marktsituatie zal het hout dat we extra zouden kunnen
oogsten in hoofdzaak naar de spaanplatenindustrie in België en Duitsland gaan.
Uit het oogpunt van goed beheer en de functievervulling van onze bossen is het
evenwel nuttig dat een groter aandeel van de bijgroei wordt geoogst. De natuur
is ermee gebaat dat er in deze fase van ontwikkeling van het Nederlandse bos
flink wordt gedund.
Leeftijd bossen
In onderstaande figuur is de verdeling van de oppervlakte bos van
verschillende leeftijd vergeleken in 2002 met die uit de Vierde Bosstatistiek
(1982). Het huidige bos valt gemiddeld meer in de oudere leeftijdsklassen dan 20
jaar geleden. In 1982 waren de bomen gemiddeld 43 jaar oud tegen 53 jaar in
2002. Gemiddeld zijn de bomen dus 10 jaar ouder geworden. Het grootste deel van
het Nederlandse bos is aangelegd in de periode 1920-1980 en is dus 20-80 jaar
oud.
leeftijdverdeling bossen in 1982 en 2002
Diameterverdeling van de staande houtvoorraad
Met het ouder worden van het Nederlandse bos neemt niet alleen het
voorraadsniveau toer, maar vindt er ook een verschuiving plaats in de verdeling
over de diameterklassen. Bosbeheer dat lange omlopen of grote doeldiameters
hanteert, resulteert in bossen met een groot aandeel dikke bomen. De toename in
het aandeel dikke bomen geeft aan dat het bosbeheer in
Nederland aanstuurt op een ouder, meer volwassen bos. Voor de belevingswaarde en
de natuurwaarde is dat een gunstige ontwikkeling. Op dit moment (2002) bestaat
ruim 24% van de houtvoorraad uit bomen dikker dan 40 cm. Dit aandeel neemt
gestaag toe: tijdens de eerste HOSP-opnames was dit aandeel dikke bomen nog maar
14%. Het karakter van ons bos verandert dus behoorlijk snel. De verschillende
boomsoorten hebben een verschillende verdeling van hun houtvoorraad over de
diameterklassen. Soorten als douglas hebben een groot deel van hun voorraad in
dikke bomen, terwijl soorten als berk, es en esdoorn juist een groot deel van
hun voorraad in dunne bomen hebben.
Verdeling staande houtvoorraad over de diameterklassen
Verdeling van de staande houtvoorraad over diameterklassen per boomsoort
Stamkwaliteit
In het Nederlandse bos komen relatief weinig boomstammen van zaagkwaliteit
voor. Geïntegreerd bosbeheer is gericht op het verbeteren van de stamkwaliteit
door zo te dunnen dat de aanwas zich concentreert op hout van goede kwaliteit.
Uit de voorlopige resultaten van het Meetnet Functievervulling blijkt dat in het
huidige bos douglas en lariks de beste kwaliteit. hebben: 40% van de stammen
dikker dan 18 cm hebben een goede kwaliteit. De kwaliteit van grove den is wat
minder (20% kwaliteitsstammen). Het aandeel kwaliteitsstammen van eik is gering
(ongeveer 10%).
Stamkwaliteit per boomsoort
Hout als grondstof voor duurzame energie
Energie uit biomassa is een indirecte vorm van zonne-energie. Bomen halen
tijdens hun groei CO2 uit de lucht. Bij de verbranding van biomassa voor de
opwekking van elektriciteit en warmte, komt deze CO2
weer vrij. Op deze manier
is de CO2-cyclus (vrijwel) gesloten. Bij elke dunning in het bos komt hout vrij,
dat voor verschillende toepassingen geschikt is. Voor duurzame energie gaat de
voorkeur uit naar hout dat minder geschikt is voor hoogwaardige toepassingen.
Indien dit niet voldoende voorhanden is om aan de vraag naar biomassa te
voldoen, kan energieteelt in korte-omloopbossen een aanvullende bron zijn. De
Nederlandse overheid streeft naar een aandeel van 10% aan duurzame energie in
het jaar 2020, waarvan energie uit biomassa ongeveer een kwart voor haar
rekening neemt.
Houtverbruik in Nederland
Nederland verbruikt jaarlijks in totaal circa 15 miljoen m3 rondhout
(equivalenten), waarvan 0,9 miljoen m3 tropisch hout. De eigen productie
bedraagt slecht 0,9 miljoen m3 . Het overgrote deel wordt geïmporteerd 19,7
miljoen m3 , waarvan 6 miljoen m3
direct weer wordt geëxporteerd. Uitgesplitst naar de belangrijkste toepassingen, wordt 49 % van al dit hout gebruikt voor de
productie van papier en karton, 30% voor gezaagd hout, 15% voor diverse
plaatmaterialen en 6% voor overige houtproducten.
Hout en houtproducten totaal
Wat betreft de productie en het verbruik van rondhout (stammen), is de afgelopen
30 jaar een dalende trend waarneembaar van 2 miljoen m3 rondhout in 1972 tot 0,8
miljoen m3 in 2002. De Nederlandse houtverwerkende industrie verwerkt veel meer
naaldhout (500.000 m3 ) dan loofhout (300.000 m3 ). Ook de eigen binnenlandse
productie bestaat voor het grootste gedeelte uit naaldhout (540.000 m3 ) tegenover
185.000 m3 loofhout.
Productie en verbruik rondhout
Productie en verbruik gezaagd hout
Productie en verbruik papier en karton
Productie en verbruik tropisch hout
Kwaliteit
Nederlands hout
zie essay:
Houtproductie